Medezeggenschap

Iedere school heeft een bevoegd gezag, ofwel een bestuur. Het bestuur is eindverantwoordelijke voor de gang van zaken in en om de school. Maar het bestuur beslist niet zomaar wat er met de school gebeurt. Er is over belangrijke zaken altijd eerst overleg met de medezeggenschapsraad (mr). Medezeggenschap in het onderwijs is wettelijk verplicht. Sinds 1981 bestond de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO). Per 1 januari 2007 is de Wet Medezeggenschap op Scholen (de WMS) daarvoor in de plaats gekomen.

De taken van de mr

De mr overlegt met de directie en het schoolbestuur over belangrijke schoolzaken. Enkele voorbeelden: 

  • de besteding van het geld van de school
  • het vaststellen van vakanties en vrije dagen
  • fuseren met een andere school
  • de manier waarop men ouders wil laten meehelpen in het onderwijs en bij andere activiteiten 

Over sommige onderwerpen mag de mr het bestuur alleen adviseren, maar er zijn ook zaken waarin de mr een zwaardere stem heeft. Het bestuur mag een bepaald besluit dan pas uitvoeren als de mr er mee heeft ingestemd.

De leden van de mr

De mr heeft leden. In het basisonderwijs zijn dat ouders en leerkrachten. Alle ouders en personeelsleden mogen stemmen voor de mr èn ze kunnen zich allemaal verkiesbaar stellen. De leerkrachten vormen de personeelsgeleding en de ouders de oudergeleding.

Op de J.H. Isingsschool hebben de volgende personen zitting in de mr: 

Oudergeleding:
Hanneke Brouwer(Voorzitter);hanneke.brouwer@hotmail.com 
Henry Verwaijen; henry.verwaijen@forfarmers.eu

Personeelsgeleding:
Janneke Smink
Caroline Klein Kranenbarg

 

De bevoegdheden van de mr

De bevoegdheden zijn te verdelen in algemene en bijzondere bevoegdheden. De algemene zijn: 

Het recht op informatie

Het recht op overleg met het bestuur (of met een afgevaardigde daarvan)
Initiatiefrecht, dat wil zeggen dat de raad zelf onderwerpen kan aandragen die ze met het bestuur wil bespreken

De bijzondere bevoegdheden zijn:

- De instemmingsbevoegdheid
- De adviesbevoegdheid

Er gelden eigenstandige bevoegdheden voor de hele mr en voor personeel / ouders afzonderlijk.
Voor welke onderwerpen adviesbevoegdheid en voor welke instemmingsbevoegdheid geldt, is beschreven in de artikelen 10 t/m 14 van de Wet Medezeggenschap op Scholen. 
 

Verplichtingen van het bestuur

Het bestuur moet zorgen dat de mr zijn werk goed kan doen. Dat houdt in:

- Zorgen dat de mr op tijd de nodige informatie krijgt
- Zorgen dat de mr genoeg tijd krijgt om een standpunt te bepalen en eventueel de achterban te kunnen raadplegen
- Zorgen dat stukken waarover één van de geledingen iets te zeggen heeft, altijd ter informatie naar de andere geleding(en) worden gezonden. 
 

Verschil instemming en advies

Instemmingsbevoegdheid houdt in dat de mr (of de geleding als die afzonderlijk instemmingbevoegdheid over een bepaald onderwerp heeft) het recht heeft een voorgenomen besluit van het bestuur goed of af te keuren. De mr kan instemming betuigen of onthouden. Het bestuur mag in dergelijke gevallen een voorgenomen besluit pas uitvoeren als de mr, of de geleding waar het om gaat, ermee instemt. Als de instemming wordt onthouden dient het bestuur het besluit aan te passen.

Adviesbevoegdheid (die altijd voor de gehele mr geldt) betekent dat de mr het bestuur over een voorgenomen besluit mag adviseren. Het grote verschil met de instemmingsbevoegdheid is dat het bestuur een negatief advies van de medezeggenschapsraad naast zich neer mag leggen en door mag gaan met het uitvoeren van het voorgenomen besluit. Het bestuur moet daar in principe wel goede argumenten voor hebben.

Als bestuur en mr het niet met elkaar eens worden, hebben beide het recht om de kwestie voor te leggen aan een geschillencommissie. 
 

Vergaderingen mr

De mr vergadert ongeveer eens per zes weken. De vergaderingen zijn openbaar. De mr moet ervoor zorgen dat iedereen binnen de school op tijd weet dat de mr bijeenkomt en waarover de vergadering gaat. De mr hangt op de beide prikborden in school de agenda 1 week voor de MR vergadering.
 

Samenstelling medezeggenschapsraad

De mr bestaat uit vertegenwoordigers van groepen die bij de school zijn betrokken. In het basisonderwijs zijn dat het personeel en de ouders.

Verkiezingen

De ouders in de mr worden uit en door de ouders van de school gekozen en de personeelsleden uit en door het personeel. Iedereen die tot één van deze groepen behoort mag zelf kiezen (actief kiesrecht) en zich verkiesbaar stellen (passief kiesrecht).
Als er meer kandidaten dan vacatures zijn voor één van de geledingen in de mr, organiseert de mr verkiezingen. Als er net zo veel of minder kandidaten dan vacante plaatsen zijn, zijn er geen verkiezingen nodig. De kandidaten worden dan beschouwd als gekozen. 
 

Omvang mr

Een mr bestaat uit minimaal vier leden. Er is geen maximum aan het aantal leden. Wel moet er altijd ‘pariteit' zijn. Dat wil zeggen dat de personeels- en de oudergeleding even groot zijn.
Het kan voorkomen dat een geleding niet alle zetels kan bezetten. In dat geval hoeft het aantal zetels van de andere geleding niet te worden aangepast. De mr kan dan nog steeds als volwaardige mr functioneren. 
 

Jaarplan

De medezeggenschapsraad reageert vaak op actuele ontwikkelingen en op voorstellen van het bevoegd gezag. Een mr die vooruit kijkt en zich wil voorbereiden op wat er komen gaat, maakt gebruik van een jaarplanning. Hierdoor weten de leden van de medezeggenschapsraad wanneer zij moeten beginnen met het bespreken van onderwerpen om op het tijdstip dat hen om advies of instemming wordt gevraagd, goed voorbereid te zijn.

In het jaarplan worden de vergaderingen van de mr vastgelegd, met daarbij al een deel van de te bespreken onderwerpen. Op deze manier kan rekening worden gehouden met onderwerpen die jaarlijks terugkeren en met onderwerpen die het komende schooljaar zeker op de agenda moeten worden geplaatst. Voorbeelden zijn het schoolplan, de schoolgids, het zorgplan, het formatieplan, de begroting van het bevoegd gezag, financiële middelen die het bevoegd gezag van het rijk heeft ontvangen (voor 1 mei), jaarverslag school (voor 1 juli) en het jaarverslag van de medezeggenschapsraad.

In de planning worden ook de vergaderingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad opgenomen. Het is verstandig de vergaderingen van de mr een week voor die van de gmr te houden. Op deze manier kunnen de mr-leden de agendapunten van de gmr bespreken.

Daarnaast zullen gedurende het schooljaar onderwerpen worden besproken die meer een ad hoc karakter hebben. Op rustiger momenten kan de mr onderwerpen bespreken waar anders geen tijd voor is, bijvoorbeeld combinatieklassen ja of nee, communicatie, relatie met andere raden of het eigen functioneren van de mr.
BRON: www.medezeggenschapsraden.nl